Monumentenroute 2026
Open Monumentendag Wageningen op zondag 13 september 2026
VEERKRACHTIG ERFGOED
1 STEENFABRIEK DE BOVENSTE POLDER
Rijksmonument
Aan de Rijn 5, 6701PB Wageningen
11:00-17:00 uur; Openstelling
Over veerkracht gesproken. Deze fraaie steenfabriek is ternauwernood gered van de sloop. Maar daar staat hij, met zijn 44 meter hoge schoorsteen, fier in de wind. Een krachtig baken in de uitgestrekte uiterwaarden.
De in 1923 gebouwde steenfabriek in, zoals zijn naam al doet vermoeden, de Bovenste Polder onder
Wageningen, is een zogeheten zigzagringoven. Een constructie die een doorlopend en geleidelijk bakproces mogelijk maakt en een stuk efficiënter werkt dan de eenvoudige stenen veldovens die vanaf midden 19e eeuw langs de Nederrijn verrijzen. Voor het bakproces is nog maar een derde nodig van de voorheen vereiste hoeveelheid brandstof. Het kloeke vierkante gebouw telt in totaal zestien poorten en heeft in aanvang gietijzeren stookputten en kranen, een centrale schoorsteen en een robuuste houten kap gedekt met pannen. Opdrachtgever voor de bouw is Oosterbeker Lambertus Duijs, die hiertoe de drie verouderde veldovens uit 1846 laat slopen.
Maar tijden veranderen, kleinschalige steenfabrieken raken door sterke concurrentie onrendabel. De gemeente koopt in de jaren zestig een drietal fabrieken op met het oog op grootschalige stadsuitbreiding in de uiterwaarden (het uiteindelijk afgewezen Uiterwaardenplan). Naburige steenfabrieken De Koebongerd en Hoge Waard ontkomen niet aan de sloophamer. Voor de sloop van de Bovenste Polder kan gelukkig tijdig een stokje worden gestoken. Om mogelijk toekomstige sloopdrift te voorkomen komt de Vereniging tot Behoud van de Bovenste Polder met een vruchtbaar plan voor hergebruik. Wagenings architect Pieter Roza is verantwoordelijk voor het ontwerp, waarin de stalen hellingbaan een speelse knipoog is naar de oude functie van het pand.
Steenfabrieken horen bij ons rivierenlandschap. Zeker in Wageningen waar de steenfabricage van oudsher, naast de drukkerijen, de belangrijkste vorm van industrie was. Dankzij de herbestemming – onder meer tot woningen en ateliers – blijft het industrieel verleden in de uiterwaarden zichtbaar én tastbaar.
Gemeentelijk monument
Aan de Rijn 12, 6701PB Wageningen
11:00-17:00 uur; Openstelling
Voor het overzetten van personen over de rivier kennen we het Lexkesveer. Al sinds de middeleeuwen is dit de Wageningse verbinding met de Betuwe over het water. Minder bekend is wellicht het voormalige veer bij huize Wolfswaard, ook wel het Kleine Veer genoemd, ter onderscheiding van zijn grote evenknie. Arbeiders uit de Betuwe konden zo over en weer naar de Wageningse steenfabrieken pendelen. De Wolfswaard fungeerde in de hoogtijdagen van de steenfabricage (zo eind 19e, begin 20ste eeuw) als veerhuis annex café. Maar ook daarvoor is er al sprake van een veerhuis. Op de kadastrale kaart uit 1832 wordt huize De Wolfswaard al als het Kleine Veer vermeld. Het pand heeft dezelfde plattegrond, met een breed voorhuis en een smaller achterhuis (de deel of het bedrijfsgedeelte), een zogeheten T-boerderij.
Deze boerderij annex veerhuis is begin 19e eeuw in handen van Johan Maurits Baron Van Pabst tot Bingerden, die naast dit perceel ook een hele strook smalle percelen ten oosten van de Veerdam – vanaf de Rijn tot bijna aan de Grebbedijk – in bezit heeft. De naam Pabstsendam is van dit adellijke
geslacht afgeleid. Het veerhuis, de veerdam en bijbehorende percelen zijn onderdeel geweest van de heerlijkheid Wolfswaard, een kleine juridisch bestuurlijke plattelandseenheid. Het gezag over dit stuk land was in handen van de heer (of vazal) die een leenovereenkomst had met de vorst (of bisschop). Dit verklaart ook waarom er iets ten noorden van het veerhuis een kasteeltje met de naam Wolfswaard lag. De heerlijkheid werd overigens doorsneden door de Rijn. Het grootste gedeelte hiervan lag in de Betuwe. Oorspronkelijk betrof het een aangesloten gebied, maar met de verlegging van de Rijn zuidwaarts, omstreeks de 15e eeuw, kwam de heerlijkheid dus deels aan Wageningse zijde te liggen. Het kasteeltje is rond 1800 afgebroken, evenals het oorspronkelijke veerhuis. Huize Wolfswaard blijft hiermee een tastbare en kostbare herinnering aan een gedeeld ver verleden met de Betuwe.
Rijksmonument
Pabstsendam 1, 6701PC Wageningen
11:00-17:00 uur; Openstelling
Aan de rand van het havengebied ligt een bijzonder bakstenen pandje verstild in het groen. Vanaf de weg zie je slechts het topje van de ijsberg, want het gebouw is tegen de Pabstsendam aangebouwd, lijkt er haast ingeschoven. Dit verklaart deels het gesloten karakter van de voorgevel: geen raam te zien, alleen twee donkere stalen deuren. Niet echt uitnodigend, maar het prikkelt wel de nieuwsgierigheid. Wat zit er achter die gesloten bakstenen façade?
Momenteel is er een grafisch ontwerpbureau gevestigd, maar de oorspronkelijke
functie van het pand is die van pompgemaal. Dit in 1927 door Van Blitterswijk van de Dienst Gemeentewerken ontworpen gebouw moet een verouderd stoomgemaal aan de overzijde van de Pabstsendam – waar nu het Havenkantoor is gevestigd – vervangen. Rond 1900 verzoeken twee steenfabrikanten het bestuur van Waterschap de Bovenste Polder om een gemaal te plaatsen. Dit is essentieel om de danig verzakte en drassige uiterwaarden, door de afgegraven klei voor steenfabricage, af te kunnen wateren en weer begaanbaar te maken. Omstreeks diezelfde tijd zoekt het stadsbestuur een oplossing voor afvoer van water van de sterk vervuilde en meurende stadsgracht. De besturen van polder en stad slaan de handen ineen en het stoomgemaal vindt vervolgens zijn stekje aan de haven. Zijn functie is dus tweeërlei: zowel het afvoeren van vervuild water van de gracht als het bemalen of droogmaken van de Bovenste Polder. Omdat het stoomgemaal uit 1902 al rap niet krachtig genoeg blijkt, wordt dit nieuwe gemaal geplaatst, met elektrisch aangedreven pompen. Op de fundamenten van het oude gemaal krijgt het Havenkantoor vorm. Het pompgemaal zelf is inmiddels rijksmonument, belangrijk industrieel erfgoed. Een baken van onze Wageningse waterbeheersing uit vervlogen tijden.
4 DIJKSTOELHUIS, PLUS PEILSTOK
Rijksmonument
Grebbedijk 4, 6702DG Wageningen
11:00-17:00 uur; Openstelling (N.B. Openstelling voormalig vergaderlokaal Dijkstoel) ; Rondleidingen havengebied o.l.v. Ludolph Wentholt, onderzoeks-coördinator waterveiligheid, om 11:30 en 15:30 uur
Nog een fraaie erfenis uit de geschiedenis van de Wageningse waterbeheersing is het Dijkstoelhuis. Net als het pompgemaal heeft het de status van rijksmonument. In het door stadsarchitect Ard van der Steur in 1859 ontworpen gebouw zetelt tot 1961 het bestuur van de Dijkstoel (waterschap) van Wageningen en Bennekom. Hierna volgen enkele ingrijpende fusies en vandaag de dag is dit voormalige polderdistrict onderdeel van het grootschalige Waterschap Vallei en Veluwe. Ruim honderd jaar is het Dijkstoelhuis dus in functie. In aanvang bestaat het gebouw uit twee delen. Aan de linkerzijde
is dan het magazijn te vinden voor al het benodigde materieel voor dijkbewaking. Dit raakt echter zo in verval dat het in 1984 spontaan in elkaar stort. Het nog bestaande rechter gedeelte, het bestuurspand, bevat op de benedenverdieping een woonhuis. Boven is het voormalige vergaderlokaal te vinden met de openslaande deuren naar de Grebbedijk. De dijk tussen Rhenen en Wageningen die een groot deel van de Gelderse Vallei tegen overstromingen vanuit de Nederrijn moet beschermen. Hoe belangrijk die is blijkt in 1855 wanneer de dijk met veel geweld doorbreekt en de vallei in no time tot aan Amersfoort blank staat. Dit is aanleiding om de Grebbedijk, die eerst tot aan de binnenstad liep, recht te trekken, op te hogen en in 1859 een fonkelnieuw dijkstoelhuis te plaatsen. Een strategische plek met ruim zicht op haven, rivier en achterland.
Iets ten westen van het Dijkstoelhuis bevindt zich een historisch meetpunt dat er onlosmakelijk mee verbonden is. Aan de havenzijde van de Grebbedijk, staat dit bijzondere object dat op afstand wel wat op een grafmonumentje lijkt. Van dichterbij blijkt het bakstenen fundament met rechthoekig ijzeren hek een peilstok te bevatten met als hoogst meetbare waterstand 12,80 meter boven NAP. Het historische object is in 1880 geplaatst en geeft de waterstand in de Rijnhaven aan.
Gemeentelijk monument
Niemeijerstraat 6, 6701CP Wageningen
11:00-17:00 uur; Openstelling tentoonstelling over Nieuw Wageningen, een van de eerste villawijken buiten de stadgracht
De al bij het Dijkstoelhuis aangehaalde watersnoodramp in 1855 heeft flinke impact op stad en achterland. Niet alleen in negatieve zin overigens. Want met het rechttrekken van de Grebbedijk – voorheen liep deze met een knik vanaf de Havenafweg noordwaarts tot onder de huidige Nudestraat en langs de stadsgracht weer zuidwaarts – ontstaat een driehoekig binnendijks terrein. Het geeft nieuwe perspectieven voor dit voormalige stukje uiterwaard, de Distelkamp geheten. Een andere bestemming dan weiland is nu binnen handbereik. De gemeente laat er al spoedig een parkje aanleggen in Engelse landschapsstijl, naar ontwerp van de bekende tuinarchitect Karel Georg Zocher.
De oude platanen aan het Emmapark stammen nog uit die tijd. Heel lang kan er niet geflaneerd worden in het park. Het moet een kleine twintig jaar later alweer grotendeels wijken voor het eerste westelijke stadsuitbreidingsplan voor welgestelden: Nieuw-Wageningen. In dit plan zijn een brug over de stadsgracht en een stratenplan in de Distelkamp bedacht. Nieuwe straten krijgen namen als Dijkstraat, Marktstraat en Parkstraat. Aan de Parkstraat (in 1955 met de Marktstraat omgedoopt tot Dokter Niemeijerstraat) verrijst omstreeks 1880 de fraaie villa Arion, samen met drie andere vrijstaande herenhuizen met hoekpilasters in imitatienatuursteen. Ze geven de panden een klassieke en voorname uitstraling. In tegenstelling tot bijvoorbeeld buurman Bella Vista, heeft villa Arion geen klassiek symmetrische gevel. Aan de rechterzijde is een sterk naar voren geplaatst bouwdeel zichtbaar. De entree is in het terugwijkende deel gesitueerd. Dit doorbreken van een strak symmetrische indeling geeft een speelsere uitstraling aan het pand, dat verder in neoclassicistische bouwstijl is opgetrokken. Typerende kenmerken als een doorlopende kroonlijst aan de bovenzijde van de gevels en hoge ramen met sierlijke stucomlijsting zijn hier terug te vinden. Deze vensters waren oorspronkelijk voorzien van zonneblinden.
Gemeentelijk monument
Niemeijerstraat 4, 6701CP Wageningen
11:00-17:00 uur; Openstelling
Dit monumentale hoekpand aan de Niemeijerstraat is een mooie blikvanger wanneer je vanaf de westkant over de stadsgracht de binnenstad inrijdt. In de tijd vóór de eerste bebouwing aan beide zijden van de stadsgracht – zoals bij Villa Arion staat beschreven – is hier een stadspark te vinden. Tuinarchitect K.G. Zocher transformeert in 1859 niet alleen het voormalige weidegebied de Distelkamp, maar laat ook de aarden stadswal, de Korte Wal, grotendeels afgraven voor een glooiend en meanderend plantsoen. Aan dit plantsoen is rond 1880 onder meer dit statige hoekpand gebouwd. Verrassend is dat de entree niet aan de voorgevel, maar aan de zijgevel te vinden is. Mogelijk heeft het te maken met het feit dat het pand pal aan het Plantsoen lag. De Niemeijerstraat (toentertijd de Marktstraat, die na de brug in de Parkstraat overging) is dan al een begaanbare straat, dus het lijkt praktischer om daar de ingang te hebben.
Net als bij over-de-gracht-buurman Villa Arion valt de robuuste wit geschilderde doorlopende kroonlijst in het oog, zo ook de witte sierlijsten om de hoge raampartijen. De sierpilasters zijn hier echter alleen aan de voorgevel aangebracht, gaan dus niet het hoekje om. Het accent ligt op deze manier nadrukkelijk op de voorgevel.
Dit statige huis wordt achtereenvolgens bewoond door een rentenier, een graanhandelaar en een sigarenfabrikant. Sinds 1946 zijn de bovenverdiepingen door studenten in gebruik. Het eigendom gaat in 1973 over in handen van stichting Vrijmetselaarsloges Wageningen. Al meer dan vijftig jaar zijn het souterrain en de bel-etage in gebruik door twee loges: De Korenschoof en de Rechte Verhouding. Om meer plek te creëren, ontwerpt bouwkundige en vrijmetselaar J. de Jong een tempel in de tuin. Het geeft het pand letterlijk en figuurlijk meer lucht en ruimte. Zodanig dat de villa al een halve eeuw, in harmonie, vele studenten en vrijmetselaars een plek voor ontmoeting en onderdak biedt.
Rijksmonument
Wallenpad (achterzijde Niemeijerstraat)
11:00-17:00 uur; Openstelling; Optredens dichterscollectief de Struikrovers om 13:00, 14:00 en 15:00 uur in tuin vóór de theekoepel; Kleine tentoonstelling etsen Hanke Cannegieter
Aan het lommerrijke Wallenpad, ietwat verscholen in het groen, zou je er zomaar aan voorbij kunnen lopen: het theekoepeltje. Het ligt in feite in de achtertuin van Niemeijerstraat 21 en is met het voor publiek afgesloten oorspronkelijke toegangspoortje naast de voorgevel van dat pand, bereikbaar vanaf de straat. Een goed idee dus om dit bijzondere en eeuwenoude rijksmonument wat meer voor het voetlicht te brengen. Iets wat de Vrienden van de Theekoepel al aardig wat jaren doen met onder meer voordrachten van poëzie. Een kleinschalig cultureel podium in de voortuin, met of zonder theeschenkerij, daar is dit historische theehuis dan ook een prima plek voor. Maar de diepere motivatie is om aandacht te vragen voor dit bijzondere pareltje binnen de stadsgracht en te voorkomen dat het (verder) in verval raakt.
Het theekoepeltje is letterlijk op de fundamenten van het voormalige Rijnbolwerk gebouwd, tegen de zuidelijke stadsmuur op een oude vestingtoren. Kort na 1760 geeft Gijsbert Carel van Hogendorp – niet te verwarren met de bekende staatsman – opdracht om het koepeltje te laten plaatsen. De achtkantige vorm van het pand met koepeldak is karakteristiek voor die tijd. Via flink wat traptreden aan de linkerzijde is het bordes te bereiken met de openslaande deuren. De rechtertrap lijkt in de stadsmuur te verdwijnen. Terwijl de heren op jacht waren of druk bezig om de stad te besturen, nipten de dames van stand hier van hun thee. Hoogstwaarschijnlijk binnen, om zo een roomkleurige, vlekkeloze huid te kunnen behouden. Het is ook niet het enige theehuisje dat binnen de stadsgracht heeft gestaan, maar wel het enige overgebleven exemplaar. Reden te meer om zorgvuldig om te gaan met dit veerkrachtige erfgoed, dat al meer dan drie en een halve eeuw onderdeel is van de stad.
8 STADSMUSEUM DE CASTEELSE POORT
Gemeentelijk monument
Bowlespark 1A, 6701DN Wageningen
11:00-17:00 uur Centraal infopunt OMDW; Openstelling inclusief kelder brouwhuis; Startpunt paardentram om 13:30, 14:45 en 16:00 uur; Startpunt rondleiding St. Joods Erfgoed om 12:00 en 15:00 uur
Veerkracht is ook van toepassing op villa Vada (en omgeving), nu bekend als Stadsmuseum de Casteelse Poort. Ondanks vele rampen, sloop, herbouw en verbouw is het gelukkig niet zo ver gekomen dat het kasteel van begin 16e eeuw geheel uit het straatbeeld is weggepoetst. Zo zijn belangrijke funderingen van onder andere een rondeel en een poorttoren bewaard gebleven. Ook een gedeelte van de kruisgewelfkelder, onderdeel van het voormalige brouwhuis, is vandaag
de dag nog te bezoeken. In villa Vada zijn restanten uit de beginperiode aanwezig, maar ook uit de periode 1690-1700, van de opvolger van het kasteel: het drostenhuis van Assueer Torck en zijn echtgenote Anna Maria Ripperda. Franse troepen hebben in rampjaar 1672 ook in Wageningen flink huisgehouden en grote delen van het kasteelcomplex vernietigd. Assueer Torck hergebruikt de kloostermoppen, een groot formaat baksteen, om zijn drostenhuis en bijgebouwen vorm te geven. Voor een drost, bestuurder van Wageningen (en de ridderschap van Veluwe) is een statige stadswoning – omringd door fraaie tuinen in strakke Franse stijl – een logische keuze. Zijn zoon Lubbert Adolph zou later van grote betekenis blijken voor Wageningen. Hij volgt zijn vader, na diens vroege dood in 1739, als 11-jarige (!) jongeling op als drost. Nog steeds maken ‘zijn’ oude Bassecour en Rosendaelse huizen aan de Herenstraat deel uit van de Wageningse binnenstad.
In 1829, weer een eeuw later dus, komt het complex in handen van grootgrondbezitter Jacob Marcus Rosenik. Hij geeft opdracht de complete langwerpige noord-zuidvleugel, de haaks erop geplaatste stalvleugel met oranjerie en het meest oostelijke deel van het woonhuis te slopen. Wat rest is het woongedeelte waar villa Vada nog deel van uitmaakt. Het is gelegen op de restanten van het oude poortgebouw van het kasteel. Rosenik laat het transformeren tot een stadsvilla in Empirestijl, neoklassiek, compleet met stucplafonds met weelderige gipsornamenten.
Gemeentelijk monument
Burgtstraat 1, 6701DA
11:00-17:00 uur; Openstelling en doorlopend rondleidingen gebouw bij voldoende deelnemers; Doorlopend filmvertoningen van voormalige. R.K. Meisjesschool en Mugmedia
Het woon-, werk- en cultuurpand De Wilde Wereld heeft een enigszins bewogen geschiedenis. In de jaren zeventig en tachtig, was er net als nu, flinke woningnood onder jongeren. Landelijk, maar zeker ook in Wageningen is dit een probleem. Langdurig leegstaande panden zijn in die jaren een doorn in het oog van veel woningzoekenden, wat soms leidt tot het bezetten ervan. Een groep jonge idealistische mensen uit de Wageningse kraakbeweging, is na jarenlang kraken op zoek naar een legale plek om wonen, werken en cultuur te kunnen combiner
en. Een welwillende wethouder biedt hen een luisterend oor en weet uiteindelijk de gemeenteraad te overtuigen om hen de voormalige rooms-katholieke meisjesschool te laten betrekken. Een monumentaal pand aan de Herenstraat, op de hoek met de Burgtstraat. In 1984 is dit inmiddels verwaarloosde gebouw verlaten, wachtend op een nieuwe bestemming. Na een grotendeels zelf uitgevoerde verbouwing, naar ontwerp van Wagenings architect Pieter Roza, kunnen de eerste bewoners in 1986 er hun intrek nemen. De Wilde Wereld biedt sinds die tijd ruimte aan drie woongroepen, werk- en kantoorruimtes en een multifunctioneel theater.
Het oorspronkelijke pand is in 1905 opgericht als schoolgebouw voor katholieke meisjes. Het wordt dan geleid door de zusters van Sint Cunera, die zelf het Cunerahuis bewonen. Dit zusterhuis betreft een al bestaand kloek herenhuis aan de Markt dat in 1905 speciaal voor de zusters is aangekocht. In feite is het schoolgebouw de eerste rooms-katholieke school in Wageningen sinds de Reformatie (16e eeuw). Via een gezamenlijke binnentuin zijn school en zusterhuis verbonden met elkaar. Het complex wordt in 1926 gecompleteerd met de bouw van de rooms-katholieke bewaarschool (kleuteronderwijs) aan Herenstraat 9, waar nu kringloopwinkel Emmaus Regenboog zetelt. Gezamenlijk vormen de panden een aaneengesloten rooms-katholiek bolwerkje in de binnenstad. Deze veerkrachtige oude schoolgebouwen verdienen het door hun gedeelde historie en krachtige architectuur om deel te blijven uitmaken van het straatbeeld.
Gemeentelijk monument
Spijk 13, 6701AK Wageningen
11:00-16:00 uur; Openstelling en kinderactiviteit
Bijna anderhalve eeuw staat deze boerderij al langs de stadsgracht aan het Spijk. In de tussentijd heeft het pand al meerdere doelen gediend. Maar de oorspronkelijke functie is die van tuinmanswoning met schuur. Deze verrijst in 1880 te midden van de proefvelden van de kort daarvoor opgerichte Rijkslandbouwschool (1878). De school vindt zijn onderkomen in de 18e-eeuwse Bassecour. De tuinen erachter worden getransformeerd tot botanische tuin met fruit- en boomkwekerij. Tot de
aankoop van de Bassecour en achterliggende terreinen door het Rijk, behoort ook een groot perceel aan de overzijde van de gracht. Het blijkt een vruchtbare plek voor proeven in de akkerbouw. Zo boekt leraar aan de Rijkslandbouwschool Luitje Broekema er rond de eeuwwisseling flinke vooruitgang voor de plantenveredeling, met nieuwe tarwerassen als Duivendaal-, Spijk- en Wilhelminatarwe. Rassen die later ook in het buitenland veel verbouwd worden en de landbouw een grotere en betere opbrengst leveren.
Toch is het lange tijd niet zo zeker dat de voormalige tuinmanswoning van Rijksbouwkundige Jacobus van Lokhorst mag blijven (be)staan. De proefvelden aan het Spijk zijn in 1950 al opgekocht door de gemeente, de tuinmanswoning volgt in 1964. Het plan is om op de voormalige proefvelden het gemeentelijk zwembad te bouwen. Dit komt uiteindelijk meer oostwaarts, aan de Rustenburg te liggen. Even lijkt het erop dat de tuinmanswoning toch moet wijken, als voorbereiding voor de grootschalige uitbreiding in de Uiterwaarden. Minister Gruyters van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening steekt in 1975 gelukkig een stokje voor dit megalomane Uiterwaardenplan. Zo kunnen we anno 2026 nog genieten van een vrolijke beestenboel rondom een prachtige oude proefboerderij net buiten de gracht: de Stadsboerderij. En, niet te vergeten, van de prachtige natuur in de uiterwaarden.
Rijksmonument
5 Meiplein 1, 6703CD Wageningen
11:30-17:00 uur; Openstelling en rondleidingen Gilde; 14:30-17:00 uur rondleidingen bovenverdieping; Kindercollege (inclusief aansluitende wandeling o.l.v. Gildegids) om 12:00 en 15:00 uur
Over veerkracht (en geluk) gesproken. Het heeft maar een haar gescheeld of dit Nederlandse icoon van de bevrijding en de vrede zou onder de sloophamer verdwenen zijn – de sloopvergunning was begin jaren zeventig al afgegeven. Hotel de Wereld is tenslotte dé plek van de onderhandelingen op 5 mei 1945 – beter gezegd: instructies aan
de vijand – omtrent de overgave van de Duitse troepen. Maar het is ook een hotel dat bovendien al een eeuwenoude historie achter de rug heeft. Ook bouwkundig, want het pand heeft met de jaren vele veranderingen ondergaan. Deze zijn uiteraard afhankelijk van functie, tijd en economische omstandigheden. Zo is Hotel de Wereld in feite nieuwbouw in 1852, maar het is weer gebouwd op de fundamenten van een herberg uit de 17e eeuw. Op kadastrale hulpkaarten uit de 19e eeuw staat er bijvoorbeeld nog een koetshuis op het terrein. Met de verandering in vervoer van postkoets naar tram, autobus en auto verdwijnt de noodzaak voor zo’n bijgebouw. Er volgen noordwaarts uitbreidingen aan het hotel die later ook weer stukje bij beetje verdwijnen. Op de vrijgekomen plek ontspruiten vervolgens stadswoningen. Aan de voorgevel van het hotel verschijnt eind 19e eeuw een open veranda – tevens wachtruimte en halteplaats voor de Oosterstoomtram (1887-1937) – die later weer wordt afgebroken. Wanneer het in handen komt van de Landbouwhogeschool in 1951, krijgt het gebouw een heel andere functie en huisvest het onder meer een klein theater op de zolderverdieping. Dit theater ’t Hemeltje biedt zo’n dertig jaar een bescheiden podium voor vernieuwend toneel.
Kortom, Hotel de Wereld is een gebouw met een heel divers verleden, maar vooral ook een belangwekkend verhaal. Een verhaal waar voorlopig nog geen eind aan komt. Het heeft de status van rijksmonument en is dus beschermd erfgoed. Alles aan het pand herinnert aan de oorlog en ademt het belang van vrijheid en vrede. Erg relevant, zeker in deze wereldwijd woelige tijden.
Gemeentelijk monument
Generaal Foulkesweg 1, 6703BG Wageningen
11:00-17:00; Openstelling; In de grote zaal tot 14:00 uur doorlopend voorstelling van ‘Wageningen Wereldstad’
Inmiddels is Visum Mundi al behoorlijk ingeburgerd in cultuur minnend Wageningen. In mei 2024 opende dit schermtheater zijn deuren als onderdeel van het project Vrijheidskwartier, waarbij ook Hotel de Wereld nauw betrokken is. De herbestemming van de voormalige Aula tot filmtheater, met volop ruimte voor debat, muziek en lezingen, is de eerste stevige stap in dit proces. Het Vrijheidskwartier krijgt intussen meer en meer vorm, want ook het tussen de panden gelegen Irene Brigadeplein – nu parkeerlocatie – wordt binnen afzienbare tijd aangepakt. Het doel is om het parkeerplein tot levendige stadstuin te transformeren. Een prettige groene plek die geschikt is voor buitenactiviteiten in het teken van Wageningen Stad der Bevrijding.
De bouw van de oorspronkelijke Aula in 1935 heeft wat meer voeten in de aarde gehad. Er gaan negen jaar overheen voor de eerste steen gelegd kan worden. De aanleiding voor de bouw is het vijftigjarig bestaan van het Wageningse landbouwonderwijs in 1926. Als dank voor genoten onderwijs willen oud-leerlingen de Landbouwhogeschool een duurzaam gebouw aanbieden. Een prestigieuze aula voor plechtigheden ontbreekt nog in het pandenbestand – de houten hulpaula (1921) op Duivendaal daargelaten. Verschil van inzicht over de locatie (en later ook het ontwerp) is lange tijd een fors struikelblok. Maar met een stevig aangepast ontwerp van de Haarlemse architect H.T. Zwiers zijn uiteindelijk de meeste plooien gladgestreken. In het oorspronkelijke plan is een overdekte zuilengalerij voor de entree bedacht door Zwiers, en daarmee een aanmerkelijk dieper voorterrein. Te diep naar gemeentesmaak, dus exit zuilengalerij. Ook het gebouw zelf krijgt de handen niet op elkaar bij B&W. Te eenvoudig en niet representatief genoeg. Uiteindelijk komt de Aula binnen de geëiste tien meter van de weg te liggen en krijgt ze de uitstraling van een modern kerkgebouw. De kloeke toren die deels het zadeldak aan de oostgevel doorboort, de hoge glas-in-loodramen in de voorgevel en het roosvenster erboven versterken deze indruk.
Rijksmonument
Kerkhofpad
Onderdeel van rondleidingen door Jaap Meijer van St. Joods Erfgoed Wageningen om 13:00 en 15:30 uur; Startpunt Stadsmuseum de Casteelse Poort
Midden in de bebouwde kom, tussen de statige hoge herenhuizen aan de Generaal Foulkesweg en de wat eenvoudigere bebouwing aan de Veerstraat, ligt een onverwacht open en wat verzonken plek. Een oase van rust en vredigheid. Hier liggen de graven van Joodse burgers van weleer. Niet alleen Wageningse inwoners van Joodse origine, maar ook Joden uit Veenendaal en Rhenen hebben hier al eeuwen geleden hun laatste rustplaats gevonden. De graven liggen dwars op een langgerekt en licht hellend perceel, afgesloten met een sober smeedijzeren hekwerk met toegangspoort.
In 1667 vraagt Isaac Adolphs de Jode, sinds 1634 woonachtig in de Nieuwstraat, aan het stadsbestuur om een begraafplaats te mogen oprichten voor zijn familie
en geloofsgenoten. De stad herbergt in de 17e eeuw enkele Joodse gezinnen. Adolphs krijgt hiertoe een stuk zandafgraving in pacht toegewezen aan de voet van de Wageningse Berg, ‘op een eerlijcke plaets aan den sandtcuil’. In die tijd is er nog maar mondjesmaat bebouwing buiten de stadsgracht, dus het is aanvankelijk op die locatie ook echt sereen en stil. Aan de Nieuwstraat, waar in die tijd meer Joodse gezinnen wonen, runt Isaac Adophs sinds 1667 ook de Bank van Lening, wat de weg al snel de naam Jode- of Jeudestraat oplevert. Een benaming die eeuwenlang zal standhouden.
Naast het gezin van Adolphs vindt menig Joods inwoner op de Joodse helling of ‘hucht’ de eeuwige rustplek. Opvallend is dat er op de begraafplaats vooral graven vanaf 1812 te vinden zijn. Omdat Joodse graven volgens de traditie niet geruimd mogen worden is men vanaf een bepaald moment de dodenakker gaan ophogen. Bovenop de oude graven – de grafstenen zijn toen eerst platgelegd – is zo een nieuw veld ontstaan. Feitelijk dus een extra verdieping, waar opnieuw begraven kon worden. In 1925 vindt de laatste begrafenis er plaats. Vanaf 1913 is bij de nieuwe Algemene Begraafplaats aan de Oude Diedenweg een Joods gedeelte ingericht. Reden om de oude Joodse locatie per 1929 voorgoed te sluiten.
14 VOORMALIG POORTGEBOUW OUDE BEGRAAFPLAATS
Rijksmonument
Generaal Foulkesweg 19, 6703BK
14:00-17:00 uur; Openstelling
Wanneer je langs de Generaal Foulkesweg omhoog fietst, springt aan de linkerzijde een strak symmetrisch neoklassiek gebouw in het oog. De gevels zijn zachtgrijs geschilderd met fris-witte accenten op de hoeken, brede daklijst en kozijnen. Het monumentale pand is tegenwoordig omzoomd door nieuwbouw in historiserende stijl: luxe herenhuizen met bolvormige met leien bedekte daken. Het contrast met deze nieuwbouwwijk is groot.
Het poortgebouw heeft inmiddels geen poort meer – die is dichtgezet – maar het maakt vanaf de 19e eeuw als zodanig deel uit van de eerste algemene begraafplaats van Wageningen. Hoe anders moet dan de aanblik van de Wageningse Berg geweest zijn. Er is nog nauwelijks bebouwing, een enkele tabaksschuur of windmolen
daargelaten. De ommuurde begraafplaats opent hier in 1829 haar poort, ver buiten de binnenstad. Graven zijn voorheen te vinden rondom (en in) de Hervormde Kerk op de Markt, letterlijk op het kerkhof. Katholieken hebben een eigen begraafplaats bij de schuilkerk langs de Lawickse Allee. En ook de Joodse inwoners hebben hun separate begraafplek, aan de voet van de berg. De nieuwe algemene begraafplaats krijgt een indeling naar gezindte, hervormden en katholieken apart maar samen, als het ware.
Het poortgebouw heeft in oorsprong een doorgang met een ijzeren hekwerk. Deze bevindt zich midden in de voorgevel in een geveldeel dat bovenaan door de daklijst heen prikt en eindigt in een klassiek driehoekig fronton. Aan weerszijden van deze brede halfronde toegangspoort bevinden zich kamers. De linkerkamer is het vertrek voor de beheerder, de rechterruimte doet dienst als de wacht- en opbaarkamer.
Tegenwoordig heeft het pand op de plaats van de voormalige inrijpoort een doorlopend venster. Het monument heeft intern een stevige metamorfose ondergaan tot comfortabele en duurzame woning. Bij deze laatste renovatie door architect Pieter Roza is er ook een aanbouw geplaatst met gebruik van veel glas en prachtige natuurstenen gevels. De glazen verbinding tussen oud- en nieuwbouw is haast onzichtbaar waardoor het sobere klassieke ontwerp van het poortgebouw er mooi uitspringt.
15 SCHIP VAN BLAAUW; PROFESSORENWONING
Rijksmonument
Generaal Foulkesweg 70, 6703BW Wageningen
11:00-17:00 uur; Openstelling en rondleidingen
Een waar boegbeeld van de Wageningse monumenten, dat is het Schip van Blaauw inmiddels wel te noemen. Zijn prachtige ligging op de groen begroeide bergrand met zicht op de rivier en over de vruchtbare Betuwe. Zijn bijzondere architectuur in de ambachtelijke Amsterdamse Schoolstijl, maar ook door het omringd zijn door andere bijzondere monumentale panden uit de rijke bouwkunstkoker van de Landbouwhogeschool.
In 1918 wordt het landbouwonderwijs in Wageningen door de regering opgeschaald naar academisch niveau. Dit betekent meer werkgelegenheid, meer welvaart en meer reuring in de stad. Maar het betekent ook de noodzaak om meer ruimte te scheppen voor onderwijs en onderzoek. De onderwijspanden in de binnenstad voldoen niet meer en al snel wordt gekeken naar de berg voor de broodnodige uitbreiding en mogelijk een clustering tot campus. Het plan om een omvangrijk complex aan panden, inclusief hoofdgebouw,
langs beide zijden van de Generaal Foulkesweg (toen Rijksstraatweg) te laten verrijzen, wordt afgeblazen. Wel is er genoeg budget om een start te maken met de laboratoria voor Microbiologie en Plantenfysiologie.
Anton Hendrik Blaauw, aangesteld als hoogleraar Plantenfysiologie, is heel stellig in zijn ideeën voor ‘zijn’ laboratorium. Het onderkomen voor zijn vakgroep in de Herenstraat is volgens hem totaal niet geschikt voor proeven. In nauwe samenspraak met de jonge architect Cornelis Jouke Blaauw (geen familie overigens), komt hij tot een ontwerp voor een laboratorium met inpandige professorenwoning. Naar zijn idee is het noodzakelijk om dag en nacht uitstaande proeven te kunnen monitoren. Het lab is dan ook direct toegankelijk vanuit zijn woning via een tussendeur. Professor Blaauw richt zijn wetenschappelijke aandacht vooral op bloembollenteelt en wordt hiermee de grondlegger van de moderne bloembollencultuur. Zijn naam leeft voort via een prachtige, uiteraard blauwe, bloem, de ‘Iris Hollandica Professor Blaauw’. Ter ere van hem is deze iris rijkelijk aangeplant in de tuin van zijn voormalige dienstwoning.
16 SCHIP VAN BLAAUW; LABORATORIUM
Rijksmonument
Generaal Foulkesweg 72, 6703BW Wageningen
11:00-17:00 uur; Openstelling, rondleidingen en kinderspeurtocht
Het Schip van Blaauw is door het Rijk voorzien op het in 1918 in eigendom verkregen voormalige landgoed Groot Hinkeloord. Op het landgoed heeft de afdeling Bosbouw zich dan al geplant in het prachtige landhuis Hinkeloord. De omliggende tuinen zijn in gebruik als arboretum of botanische leertuin. Aan de oostkant van Groot Hinkeloord verrijzen vervolgens rond 1922 de laboratoria voor Plantenfysiologie en Microbiologie, beide van de hand van architect Cornelis Jouke Blaauw. Inmiddels zijn deze rijk gedecoreerde laboratoria meer dan een eeuw oud en met veel aandacht in gebruik door liefhebbers van bijzondere architectuur. Het Schip van Blaauw doet al decennia geen dienst meer als plek voor onderwijs en onderzoek, maar als bedrijfsverzamelgebouw.
Nadat de universiteit het gebouw begin deze eeuw heeft afgestoten staat het jarenlang leeg. Enkele enthousiaste Wageningers vatten het plan op om er een bedrijf te starten. Samen zetten ze de schouders onder de
broodnodige restauratiewerkzaamheden. Met veel liefde voor oude details geven zij het gebouw zijn oorspronkelijke elan terug. Na de restauratie nemen een administratiekantoor, een grafisch ontwerpbureau en een uitgeverij er hun intrek en is het ook mogelijk de fraaie voormalige collegezaal te huren.
Je komt ogen te kort wanneer je het expressionistische gebouw, dat doet denken aan een schip rustig probeert te bekijken. Speels siermetselwerk, prachtige glas-in-loodramen, grillige kozijnvormen en expressief houtsnijwerk, alles is al even ambachtelijk gemaakt en fraai op elkaar afgestemd. De Amsterdamse schoolstijl gaat uit van de bouwkunst als totaalkunstwerk. Van paraplubak tot collegebank, van plastische gevels tot geblokte vloertegels, alles krijgt evenveel aandacht.
Dankzij de inzet van een aantal doortastende cultuurliefhebbers is het Schip nu jaarlijks een te bezoeken hoogtepunt van Open Monumentendag. Na de restauratie is het pand aanvankelijk in gebruik door drie bedrijven, dit aantal is inmiddels meer dan verdubbeld.
Gemeentelijk monument
Generaal Foulkesweg 106, 6703DS Wageningen
12:00-17:00; Torenbeklimmingen; Laatste beklimming om 16:30 uur
Met steeds vaker droogteperiodes, hoge temperaturen en lage rivierstanden in de zomer, ervaren we aan den lijve hoe belangrijk een goede watervoorziening is. We worden inmiddels aangespoord korter te douchen en spaarzaam te zijn met het gebruik van drinkwater voor het besproeien van de tuin. Maar we vinden het nog steeds de normaalste zaak van de wereld dat er fris en schoon water uit de kraan stroomt. Maar hoe gewoon is en blijft dat?
De geschiedenis van de watertoren start eigenlijk al meer dan een eeuw geleden, met zijn voorganger Belvedère van architect Roelof Kuipers. Deze eerste Wageningse watertoren (1898) is naast functioneel ook een ware toeristische trekpleister. Het adembenemende uitzicht vanaf het hoogste punt van de Wageningse Berg brengt ook nu nog steeds veel mensen in beweging. Maar de belangrijkste functie van de Belvedère is uiteraard die van waterreservoir op een zo hoog mogelijk punt in de stad. Die ligging zorgt voor voldoende druk om het water naar
beneden in de waterleidingen te laten stromen. In oorlogstijd is het echter een nadeel om zo hoog boven alles uit te torenen. Kerken en watertorens zijn perfecte uitkijkpunten en dus een belangrijk doelwit voor de vijand om te vernietigen. Helaas raakt ook de toren van Kuipers aan het eind van de Tweede Wereldoorlog dusdanig beschadigd dat herbouw geen optie meer is.
Op dezelfde locatie komt uiteindelijk in 1948 een waardige waterrijke opvolger gereed. Deze is met zijn dertig meter hoogte zelfs tien meter hoger dan de eerdere Belvedère. Mede dankzij het koperen tentdak is het een opvallende maar ook sobere verschijning. De Delftse Schoolstijl waarin het gebouw is ontworpen door Renkums architect Theodoor K.J. Koch, draagt daar zeker aan bij. Deze inderdaad in Delft geschoolde ingenieur maakt gebruik van het traditionele baksteen om de gevels mee te bekleden. In feite onttrekt hij hiermee de moderne betonnen constructie die eronder zit, aan het zicht.
Generaal Foulkesweg 108, 6703DS Wageningen
11:00-17:00 uur; Openstelling en rondleidingen; Kinderprogramma met workshop T-shirt beschilderen (hele dag) en voetbaltraining door SKV (vanaf 13:00 uur)
Dit voor veel Wageningse voetballiefhebbers belangrijke icoon wordt mogelijk binnen niet al te lange tijd een gemeentelijk monument. Het zou een mooie beloning zijn voor de Vrienden van de Wageningse Berg en BOEi, die de grasmat en nagelvaste toebehoren al twee decennia in conditie houden. Want ook al is het inmiddels bijna 35 jaar geleden dat het doek valt voor profclub FC Wageningen (1954-1992), nog altijd leeft de club voort in vele voetbalharten. De pijn is door de Wageningse schrijver, cabaretier en dichter
Klaas de Vries ooit treffend verwoord:
Hij kan steeds de waarheid niet aanvaarden
dat op de Berg niet meer wordt geshot
De Berg, een burcht, waar GroenWit roem vergaarde
hij snapt het niet, is er nog altijd van kapot
Met het voornemen van de gemeente om de monumentenstatus toe te kennen, geldt het stadion nu als voorbeschermd object. En dat is goed nieuws, want deze locatie kent een rijke historie. Al in 1899 wordt er gerend en gesport op de Wageningse Berg, hoewel die eerste jaren door bereden paarden. In dat jaar vindt er namelijk voor de eerste keer een concours hippique plaats. Speciaal voor dat doel wordt deze locatie geëgaliseerd en wordt er een ellipsvormige renbaan van vijf meter breed aangelegd. Het middenterrein is geschikt voor springruiters. Verder komt er aan de westzijde een houten overkapte tribune die ruimte biedt aan 400 betalende bezoekers. En ook in die tijd blijkt er al een connectie met Hotel de Wageningsche Berg. Toenmalig exploitant E.H. van Duijkeren weet het evenement naar de berg te brengen want het chique hotel beschikt over de juiste voorzieningen. Zo zijn er stallen voor de paarden en uiteraard comfortabele kamers voor sporters en bezoekers op een steenworp afstand van het evenement.
Anno 2026 is dit niet anders, al zijn het nu profvoetballers op trainingskamp en is er bij het hotel parkeergelegenheid voor gemotoriseerd verkeer.
19 ORANJELAANOranjelaan 21, 6703DV Wageningen
Rondleidingen om 12:00 en 15:00 uur door bewoner Kees Merkx (tijdens rondleiding ook bezoek aan een woning) PS Er is beperkte parkeerruimte, kom dus zo mogelijk te voet of op de fiets
Veerkrachtig kun je de noodwoningen aan de Oranjelaan volmondig noemen. Zijn ze in beginsel bedoeld om zo’n vijftien tot uiterlijk vijfentwintig jaar onderdak te bieden, ondertussen zijn de woningen van het Wageningse bergwijkje alweer tachtig jaar oud. Krasse knarren dus, die noodwoningen
De eenvoudige noodpanden zijn kort na de Tweede Wereldoorlog van de grond gekomen. Duren woonprojecten normaal gesproken jaren, in tijden van crisis is dit toch ietwat anders. Er is geen tijd om te bakkeleien. Wageningen is behoorlijk getroffen, zo’n tien procent van haar woningbestand blijkt onherstelbaar beschadigd. Bijna alle woningen hebben in meer of mindere mate schade opgelopen. Tijd dus voor krachtig en snel handelen. De gemeente vraagt het Rijk om honderd noodwoningen en krijgt in september 1945 vijftig exemplaren toegewezen. Zesentwintig komen te staan in het Rode Dorp, in de zwaar getroffen Beekstraat en Julianastraat. Op de berg zijn de overige vierentwintig woningen bedacht.
Al in de eerste week van oktober 1945 wordt het contact met Bredero’s Bouwbedrijf (BBB) uit Utrecht getekend en nog geen twee maanden later zijn de eerste tien woningen op de Wageningse Berg gereed. Maar dan blijkt er een kink in de kabel: de aanleg van een noodzakelijke toegangsweg loopt vertraging op. Zowel de gemeente als het bouwbedrijf is in de veronderstelling dat de andere partij de metingen zou doen. Gevolg: een te hoog gelegen weg en extra tijd en kosten voor het project. Het bouwterrein moet worden opgehoogd en sommige woningen hebben extra fundering nodig. Maar dankzij de systeembouw van Bredero zijn de verdere bouwkosten gelukkig laag. In de fabriek zijn alle bouwelementen al geprepareerd en met enkele monteurs – er zijn ter plaatse geen timmerlui en metselaars nodig – kan het geheel op de berg vrij simpel in elkaar worden gezet.
20 ORANJE NASSAU’S OORD
Rijksmonument
Kortenburg 4, 6704AV
11:00-17:00 uur; Openstelling, rondleidingen en expositie
Oranje Nassau’s Oord vormt een bijzonder stuk koninklijke geschiedenis op Wagenings grondgebied. Koning Willem III (1817-1890) koopt het landgoed in 1881 aan om een fijne buitenplaats te creëren voor zijn tweede echtgenote, de jonge Emma Waldeck-Pyrmont (1858-1934). Het al bestaande landhuis uit 1857 en de omringende grond worden aangepakt door Louis Paul Zocher, architect en landschapsarchitect uit de beroemde Zocher-familie. Het fraaie buitenpaleis moet zo de heimwee van Emma wat verzachten. In de zomer verblijft ze hier graag. De koning overlijdt echter al na elf jaar huwelijk en Emma probeert hun enige kind Wilhelmina op de verantwoordelijke taak van koningin voor te bereiden. De maatschappelijk betrokken regentes-moeder besluit
Oranje Nassau’s Oord in 1898 een andere bestemming te geven. Ze wil ONO graag geschikt maken als sanatorium voor tuberculoselijders, een dan nog ongeneeslijke ziekte. Het wordt beschikbaar voor iedereen, ongeacht afkomst, beurs of gezindte.
In 1901 opent zo het eerste sanatorium voor tbc in Nederland. Voor deze nieuwe functie is een nieuw gebouw ontworpen ten westen van het paleis. De hiervoor aangetrokken Haagse architect Roelof Kuipers luistert nauwlettend naar de adviezen van de artsen in het sanatoriumbestuur. Het resultaat is een halfrond gebouw met overdekte galerijen of loggia’s waar de patiënten uit de tocht kunnen liggen en zelfs bij vrieskou nog rustig op adem kunnen komen. De zuivere lucht en groene bosrijke omgeving worden als heilzaam gezien voor de sterk aangetaste longen van de bewoners. Genezen doen ze niet, maar dankzij een streng regiem van gezond eten en bedrust in een gezonde omgeving wordt de ziekte wel geremd.
Met de ontdekking van een antibioticum dat de tbc-bacterie doodt, is tuberculose kort na WOII wel te genezen. Dat is uiteraard goed nieuws voor tbc-patiënten wereldwijd. Helaas raakt het oorspronkelijke paleis in het oorlogsgeweld onherstelbaar beschadigd. De fraaie aanbouw van Kuipers blijft gelukkig wel overeind. In 1964 sluit het sanatorium de deuren voorgoed, maar een goede herbestemming is snel gevonden: de ouderenzorg. Oranje Nassau’s Oord is vandaag de dag nog altijd een heilzame plek, nu als verpleeghuis en revalidatieoord.
Gemeentelijk monument
Geertjesweg 55, 6704PC Wageningen
11:00-17:00 uur; Openstelling en rondleidingen in de tuinen; start steeds bij 10 deelnemers; Expositie in een van de ruimtes
Hoe belangrijk het is om liefdevolle eigenaren te hebben die de potentie en schoonheid zien van oude panden in vaak slechte conditie, dat kunnen we zien bij Villa Sanoer. Het verhaal van deze eind 19e eeuwse buitenplaats is een prachtig voorbeeld van de schouders eronder en met heldere visie een droom verwezenlijken. Uiteraard zijn er binnen Wageningen tal van voorbeelden te noemen: denk aan steenfabriek de Plasserwaard, het Rietveldhuis aan de Hollandseweg, het Schip van Blaauw en ga zo maar door. Maar eigenaar Robert Best (1927-2019) van Villa Sanoer is binnen Wageningen wel een pionier op restauratiegebied geweest.
Al in 1954, het jaar waarin Best als student een kamer betrekt in wat dan Pension Sanoer is, raakt hij in de ban van de villa. Behalve voor reizen naar het buitenland voor zijn werk als agrarisch consultant zal hij Sanoer nooit meer verlaten. Hij is in de gelukkige omstandigheid dat hij de buitenplaats in 1980 kan overnemen, inclusief de kamerverhuur aan studenten. Hij is daarbij in het bezit van reproducties van de oorspronkelijke ontwerptekeningen en begint in datzelfde jaar nog met de reconstructie van de tuinen. Tuinarchitect Johan Lombarts heeft hierop heel gedetailleerd de hoogteverschillen aangegeven. Best herstelt hiermee het glooiende landschap, de terrassen, vijverpartijen, zichtlijnen en bomenlanen. Een knap karwei dat eigenlijk nooit klaar is, maar wel altijd wordt uitgevoerd met hulp van de inwonende Ceresstudenten, die de villa omdopen tot jachtslot Burlenburgh.
Anno nu wordt Sanoer nog altijd bewoond door Ceresstudenten. Met het wegvallen van Robert Best als eigenaar en beschermheer is er een stichting in het leven geroepen om het erfgoed voor de toekomst te kunnen behouden. Wageningen kent in totaal wel tien buitenplaatsen, sommigen niet meer echt zichtbaar. Als onderdeel van Gelders Arcadië, de Gelderse buitenplaatsengordel langs Rijn en IJssel, springt Villa Sanoer er in deze stad qua schoonheid en oorspronkelijkheid wel uit.

















